1893-1923
In de jaren ’80 werd Amsterdam geconfronteerd met de opkomst van aids. De GG&GD stond vooraan in de strijd tegen deze onbekende en dodelijke ziekte. Met voorlichting over veilig vrijen, samenwerking met de homogemeenschap en baanbrekend onderzoek wist de GGD een verschil te maken.
De strijd tegen aids
De methadonbus werd eind jaren ’70 ingezet tijdens de heroïne-epidemie. Het bood verslaafden gratis methadon en medische hulp.
Over deze tijdlijn
Verslaafden konden gebruikte naalden inleveren en kregen schone terug.
De methadonbus
GG&GD Amsterdam koos voor een vernieuwende aanpak, waarbij gezondheid centraal stond. In 1981 introduceerde de GG&GD de methadonbus: een omgebouwde GVB-bus waar verslaafden methadon kregen als vervangende medicatie. Dit verminderde de hunkering naar heroïne en zorgde ervoor dat de GG&GD in contact kwam met een moeilijk bereikbare groep.
Een oud-verpleegkundige zegt over deze periode: “We begonnen met het leren kennen van hun namen, niet met regels.”
Voor veel gebruikers was dit het eerste contact met zorg in jaren, een moment van menselijkheid in een verder chaotisch bestaan.
Nieuwe uitdagingen, dezelfde aanpak
Hoewel heroïnegebruik inmiddels sterk is afgenomen, blijven nieuwe drugs zoals crack, GHB en synthetische middelen aandacht vragen. De kern van de aanpak blijft gelijk: schade beperken en zorg bieden met respect voor de gebruiker. Daarmee blijft de GG&GD een fundament onder de zorg voor de meest kwetsbare Amsterdammers.
Schadebeperking: het spuitomruilprogramma
De methadonbus was een voorbeeld van schadebeperking (harm reduction). Daarnaast startte de GG&GD met spuitomruil. Dit idee kwam oorspronkelijk van de MDHG, een organisatie van verslaafden, die als eerste in Amsterdam spuitomruil opzette. Gebruikers konden gebruikte naalden inleveren en kregen schone terug. Dit beperkte de verspreiding van infectieziekten zoals hepatitis B en hiv/aids en maakte het mogelijk om meer zorg en ondersteuning te bieden.
Heroïne kwam Amsterdam binnen. De GG&GD zette in op gezondheid en het beperken van schade met methadonbus en spuitomruil.
Van heroïnecrisis tot schadebeperking
In de jaren ’70 veranderde het straatbeeld van Amsterdam ingrijpend. Heroïne, die via Amerikaanse soldaten uit Vietnam richting Europa bereikte, veroorzaakte een golf van verslaving en overlast. Binnen enkele jaren telde de stad duizenden verslaafden. Op plekken als de Zeedijk en de Geldersekade waren openlijk drugsgebruik, dakloosheid en criminaliteit zichtbaar aanwezig. De traditionele aanpak van straffen en opsluiten bleek onvoldoende. De stad stond voor een grote uitdaging.
Vorige pagina
Volgende pagina
In de jaren ’80 werd Amsterdam geconfronteerd met de opkomst van aids. De GG&GD stond vooraan in de strijd tegen deze onbekende en dodelijke ziekte. Met voorlichting over veilig vrijen, samenwerking met de homogemeenschap en baanbrekend onderzoek wist de GGD een verschil te maken.
De strijd tegen aids
Nieuwe uitdagingen, dezelfde aanpak
Hoewel heroïnegebruik inmiddels sterk is afgenomen, blijven nieuwe drugs zoals crack, GHB en synthetische middelen aandacht vragen. De kern van de aanpak blijft gelijk: schade beperken en zorg bieden met respect voor de gebruiker. Daarmee blijft de GG&GD een fundament onder de zorg voor de meest kwetsbare Amsterdammers.
Verslaafden konden gebruikte naalden inleveren en kregen schone terug.
Schadebeperking: het spuitomruilprogramma
De methadonbus was een voorbeeld van schadebeperking (harm reduction). Daarnaast startte de GG&GD met spuitomruil. Dit idee kwam oorspronkelijk van de MDHG, een organisatie van verslaafden, die als eerste in Amsterdam spuitomruil opzette. Gebruikers konden gebruikte naalden inleveren en kregen schone terug. Dit beperkte de verspreiding van infectieziekten zoals hepatitis B en hiv/aids en maakte het mogelijk om meer zorg en ondersteuning te bieden.
De methadonbus werd eind jaren ’70 ingezet tijdens de heroïne-epidemie. Het bood verslaafden gratis methadon en medische hulp.
De methadonbus
GG&GD Amsterdam koos voor een vernieuwende aanpak, waarbij gezondheid centraal stond. In 1981 introduceerde de GG&GD de methadonbus: een omgebouwde GVB-bus waar verslaafden methadon kregen als vervangende medicatie. Dit verminderde de hunkering naar heroïne en zorgde ervoor dat de GG&GD in contact kwam met een moeilijk bereikbare groep.
Een oud-verpleegkundige zegt over deze periode: “We begonnen met het leren kennen van hun namen, niet met regels.”
Voor veel gebruikers was dit het eerste contact met zorg in jaren, een moment van menselijkheid in een verder chaotisch bestaan.
Van heroïnecrisis tot schadebeperking
In de jaren ’70 veranderde het straatbeeld van Amsterdam ingrijpend. Heroïne, die via Amerikaanse soldaten uit Vietnam richting Europa bereikte, veroor-zaakte een golf van verslaving en overlast. Binnen enkele jaren telde de stad duizenden verslaafden. Op plekken als de Zeedijk en de Geldersekade waren openlijk drugs-gebruik, dakloosheid en criminaliteit zichtbaar aanwezig. De traditionele aanpak van straffen en opsluiten bleek onvoldoende. De stad stond voor een grote uitdaging.
Heroïne kwam Amsterdam binnen. De GG&GD zette in op gezondheid en het beperken van schade met methadonbus en spuitomruil.